Sinterklaasgedicht, circa 1967, De Tesse – Empe, A-XIIg A.L. van Schelven (waarschijnlijk ook de auteur)

Er woont hier in het dorp
Een zeer speciaal gezin,
Weet je de weg niet, je komt ‘t huis niet in.

Verscholen zitten ze daar,
Geen mens wordt ze gewaar,
Dichte beplanting groeit er voor,
Het toegangspad gaat absoluut teloor

Slechts voor ingewijden
- Jammer dat was niet te vermijden -
Was de toegang nog bekend,
Daar waren ze aan gewend.

Voor Sint gaf het echter moeilijkheden,
Toen hij en Piet inspectie deden.
Ze wilden graag eens binnen kijken,
Hun inrichting met andere vergelijken.

Want Van Schelven, hadden ze gehoord,
Had ander meubilair bekoord.
Ze wilden iets helemaal PRIVÉ,
Niet zoals dat andere "VEE".

En ziet, toen kwam die dag der dagen,
Dat ze die advertentie zagen;
Een leren bankstel was te koop,
Foei! ... wat kostte dat een hoop.

Maar ondanks dit groot bezwaar,
Kochten ze het toch maar,
In triomf werd het aangesleurd,
En in optocht "de schuilplaats" in gebeurd.

Maar helaas! toen het er stond helemaal,
Was het wel erg kolossaal.
Het probleem was waar het te plaatsen,
't Werd een eindeloos van voor en naar achteren kaatsen.

Vrienden en kennissen werden geraadpleegd,
En met "huiselijke vrede" de vloer aangeveegd.

En toen. . . . .. wat de bom deed barsten,
Hoorde men plots wat knarsen;

Kruipend rond hun nieuw bezit,
Zag men bergjes zaagsel wit.

Verslagen keken ze rond,
Want men begreep terstond,

Dat hier in hun nieuw verworven bankstel Afdoende en ook snel
De houtworm bezig was.
Het was triest. .. en 't gaf geen pas;

Ze wisten niet hoe vlug ze toen,
Zonder verlies van hun fatsoen,
Het stel retour te zenden.
En dit werd het eind van een schone legende.